De wet


De nieuwe positie van het vak Engels wordt vastgelegd in de wet. Zo is hieronder te lezen dat ook Engels te maken krijgt met een onder verantwoordelijkheid van CvE tussentijdse toets voor alle leerlingen in de onderbouw. 

En dat ook voor Engels de school verplicht is om een door de Inspectie te controleren leerlingvolgsysteem op te zetten en te gebruiken. Ongeveer een derde van alle leerlingen moet (ook voor Engels) regelmatig meedoen aan zo'n internationaal onderzoek. 

In juni 2013 is het wetsvoorstel leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets vo naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het wetsvoorstel noemt 3 nieuwe verplichtingen voor scholen: 

 


Het wetsvoorstel is niet van toepassing op het praktijkonderwijs en op leerlingen in het vso die geen diplomagericht onderwijs volgen. Het geldt ook niet voor het vavo. 

OCW vat het wetsvoorstel zelf zo samen: 

De diagnostische tussentijdse toets (DTT) heeft primair een formatieve functie, bedoeld om inzicht te bieden in het leerproces en de ontwikkeling van de leerling daarin. De DTT geeft het kennisniveau aan op één moment. 

Het Leerlingvolgsysteem (LVS) geeft zicht op de leervorderingen over een langere periode.  Leerlingvolgsystemen dragen als onderdeel van een evaluatie en feedbackmechanisme sterk bij aan resultaten voor de kernvakken.

Beide zijn instrumenten voor het realiseren van een cultuur van opbrengstgericht werken: het systematisch in kaart brengen en analyseren van leervorderingen van leerlingen en het onderwijsproces hier zo nodig op aanpassen. 


Invoering

                                  

De verplichting tot het hebben en gebruiken van een leerlingvolgsysteem zou moeten ingaan vanaf het schooljaar 2014-2015. Ook de deelnameverplichting aan internationaal vergelijkend onderzoek zou moeten ingaan vanaf het schooljaar 2014-2015. 

De regering streeft ernaar dat de diagnostische tussentijdse toets voor de eerste maal zal worden afgenomen in het schooljaar 2015-2016. Verdere regels over de diagnostische tussentijdse toets, de uitwerking van de tussendoelen en de kwaliteitseisen waaraan een leerlingvolgsysteem dient te voldoen, zullen bij (of krachtens) algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. 


Hieronder een samenvatting van de 3 verplichtingen.  

Diagnostische tussentijdse toets

 In het tweede leerjaar van het vmbo en in het derde leerjaar van havo/vwo legt de leerling een diagnostische tussentijdse toets af.

 De toets wordt op verschillende niveaus aangeboden. Het bevoegd gezag bepaalt op welk niveau de leerling de toets aflegt.

 De toets meet kennis en vaardigheden op het terrein van de doorstroomrelevante vakken Nederlandse taal, Engelse taal en wiskunde, en op het terrein van rekenen.

 De toets is gebaseerd op bij of krachtens AMvB vastgestelde tussendoelen. Bij de vaststelling van de tussendoelen worden de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in acht genomen,evenals de exameneisen en (voor Engels) het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

 De toets wordt door de minister ter beschikking gesteld aan alle scholen.

 Bij of krachtens AMvB worden voorschriften voor de tussentijdse toets vastgesteld, waaronder in ieder geval voorschriften over de te toetsen kennis en vaardigheden, de inhoud van de toets, de wijze van uitvoering, de periode waarbinnen de leerlingen de toets doen, de gevallen waarin leerlingen de toets niet hoeven af te leggen en voorzieningen voor het geval een leerling verhinderd is de toets binnen de voorgeschreven periode af te leggen.

 

Een toelichting bij het wetsvoorstel geeft als doelen van de tussentijdse diagnostische toets aan:

 

- primair: diagnostisch instrument voor docent, leerling en ouders;

 

- instrument voor benchmarking door scholen zelf, op basis van niet-openbare, schooleigen informatie.

 

- scholen kunnen via ‘Vensters voor Verantwoording’ hun resultaten openbaar maken, maar ze zijn daartoe niet verplicht;

 

- instrument voor jaarlijkse indicatie op stelselniveau van het niveau van onderwijs aan het einde van de onderbouw vo.

 

 

Er komen toetsen op verschillende niveaus, met overlap tussen aangrenzende niveaus. Als basis voor de toetsen worden tussendoelen vastgesteld op vijf beheersingsniveaus: 

bb 

kb 

gl-tl 

havo

vwo

 

Leerlingvolgsysteem


 Scholen moeten een leerlingvolgsysteem gebruiken waaruit de vorderingen op kennis en vaardigheden blijken op het niveau van de leerling.

De verplichting geldt voor de eerste twee jaren van het vmbo en de eerste drie jaren van havo/vwo.

Het leerlingvolgsysteem meet kennis en vaardigheden van de leerling ten minste op het terrein van Nederlandse taal, Engelse taal, wiskunde en rekenen met behulp van toetsen.

 Bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) kunnen nadere kwaliteitseisen worden gesteld met betrekking tot het leerlingvolgsysteem.

 

De verplichting tot het hebben en gebruiken van een leerlingvolgsysteem zou moeten ingaan vanaf de start van schooljaar 2014-2015. De keuze van het systeem en de beslissingen over de inrichting ervan blijven een zaak van de scholen. De inspectie zal erop toezien dat scholen de beschikbare data registreren en vooral ook systematisch gebruiken bij opbrengstgericht werken.

Het staat scholen vrij het systeem te verbreden naar andere vakken. De regering moedigt dat aan.


Internationaal vergelijkend onderzoek

 

Het bevoegd gezag van een school die in een steekproef zit voor een internationaal vergelijkend onderzoek moet er zorg voor dragen dat de desbetreffende leerlingen van de school deelnemen aan de af te nemen testen en vragenlijsten in het kader van dat onderzoek.

De minister beslist voor welke onderzoeken de verplichting geldt.

Internationale onderzoeken zijn belangrijke graadmeters voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. In het verleden heeft Nederland aan een aantal belangrijke internationale onderzoeken niet (volwaardig) kunnen deelnemen wegens een te lage respons onder scholen.

Om het aantal onderzoeken waarvoor een deelnameverplichting geldt, te beperken en ervoor te zorgen dat verplichting alleen geldt voor onderzoeken van voldoende groot belang en kwaliteit, bepaalt de minister voor welke onderzoeken de verplichting geldt. Op dit moment zou het gaan om PISA 2012 en 2015, ICILS 2013(computerliteracy) en Surveylang 2016 (Vreemde talen van de EU).

Het gaat steeds om steekproeven van scholen en leerlingen, ca. een vierde van het scholenbestand en ca 4700 leerlingen per onderzoek. Een vo-school wordt gemiddeld dus eens per vier jaar voor verplichte deelname benaderd.


                                         Voorstel van Wet

juni 2013 

Voor de leesbaarheid iets ingekort.



Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de voortgang van de ontwikkeling van de leerlingen in het voortgezet onderwijs en van het onderwijs aan scholen voor voortgezet onderwijs te volgen door middel van het verplicht gebruik van een leerlingvolgsysteem;

dat het voorts wenselijk is een verplichte diagnostische tussentijdse toets aan het eind van de onderbouw van het voortgezet onderwijs in te voeren gebaseerd, op landelijk vastgestelde tussendoelen voor kennis en vaardigheden;
dat het tevens wenselijk is, te voorzien in een wettelijke grondslag voor gegevensverstrekking ten behoeve van internationaal vergelijkend onderzoek;

dat het in verband daarmee noodzakelijk is, wijzigingen aan te brengen in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES, Wet college voor examens, de Wet op de expertisecentra;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:


ARTIKEL I 
De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:


Leerlingvolgsysteem 

1. Scholen gebruiken in elk geval voor de eerste twee leerjaren van het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs, en voor de eerste drie leerjaren van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs een leerlingvolgsysteem waaruit de vorderingen in de kennis en vaardigheden blijken op het niveau van de leerling. Het leerlingvolgsysteem meet kennis en vaardigheden van de leerling ten minste op het terrein van Nederlandse taal, Engelse taal, wiskunde en rekenen met behulp van toetsen.

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere kwaliteitseisen worden vastgesteld met betrekking tot leerlingvolgsystemen. 


Verplichte diagnostische tussentijdse toets 

1. In het derde leerjaar van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en van het hoger algemeen voortgezet onderwijs, en in het tweede leerjaar van het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en van het voorbereidend beroepsonderwijs, legt de leerling een diagnostische tussentijdse toets af. De toets wordt op verschillende niveaus aangeboden. Het bevoegd gezag bepaalt op welk niveau de leerling de diagnostische tussentijdse toets aflegt. 

2. De diagnostische tussentijdse toets meet kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van de doorstroomrelevante vakken Nederlandse taal, Engelse taal en wiskunde, alsmede op het terrein van rekenen. 

3. De diagnostische tussentijdse toets is gebaseerd op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde tussendoelen voor de onderscheiden kennis en vaardigheden. De vaststelling van de tussendoelen geschiedt met inachtneming van de kerndoelen, de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen en is voor Engels afgestemd op het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen. 

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften omtrent de diagnostische tussentijdse toets vastgesteld, waaronder in elk geval voorschriften over: 

a. de te toetsen kennis en vaardigheden, 

b. de inhoud van de toets, 

c. de wijze van uitvoering van de toets, 

d. de periode waarbinnen leerlingen aan de toets deelnemen, 

e. de gevallen waarin leerlingen niet gehouden zijn de toets af te leggen, en 

f. voorzieningen voor het geval een leerling is verhinderd, de toets binnen de voorgeschreven periode af te leggen. 


Deelname aan internationaal vergelijkend onderzoek


1. Het bevoegd gezag van een school die is geselecteerd in een steekproef ten behoeve van internationaal vergelijkend onderzoek, draagt er zorg voor dat de desbetreffende leerlingen van de school deelnemen aan de af te nemen testen en vragenlijsten in het kader van dat onderzoek.


2. Onze Minister beslist, ten aanzien van welke internationaal vergelijkende onderzoeken de in het eerste lid bedoelde verplichting geldt en maakt deze beslissing bekend.

 

 

 


 

 

 

 


2015                                                                                                                                                    jonomul@me.com