Toetsing - de DTT

Kernvaktoetsing voor beginners


  • Scholen moeten vanaf 2015-16 diagnostische tussentijdse toetsen afnemen, ook voor Engels.
  • De toets meet kennis en vaardigheden op het terrein van de doorstroomrelevante vakken Nederlandse taal, Engelse taal en wiskunde, en op het terrein van rekenen.
  • Het betreft landelijke diagnostische tussentijdse toetsen aan het einde van de onderbouw in het VO (2 vmbo en 3 havo/vwo) voor de vakken Nederlands, Engels, Wiskunde/rekenen.
  • De DTT is primair diagnostisch van aard.
  • De DTT is methode-onafhankelijk.


Het gaat om inzicht krijgen in waar een leerling staat op weg naar het examen en op welke punten een leerling zich nog kan verbeteren/verdiepen.

De DTT wordt op verschillende niveaus aangeboden, met overlap tussen aangrenzende niveaus. 

 Als basis voor de toetsen zijn er tussendoelen op 4 of meer verschillende beheersingsniveaus.

 De DTT wordt door de minister ter beschikking gesteld aan alle scholen.

De de toetsen vaardigheden staan nog niet vast en worden bij Algemene Maatregel van Bestuur geregeld.

Wat wel duidelijk is: een selectie uit de tussendoelen wordt getoetst.  

Wat ook duidelijk is: de organisatie van de toetsen verloopt min of meer zoals bij de centrale examens.  


Het College voor Toetsen en Examens heeft hierbij een aantal belangrijke taken. Zij regelen namelijk:

  • tijdsduur en aard van de toets
  • wijze waarop en periode waarbinnen de toets wordt afgenomen 
  • toegestane hulpmiddelen
  • toetswijzers 
  • laten maken (ontwerpen) van de opgaven en het vaststellen daarvan 
  • beoordelingsnormen
  • bijbehorende scores

 

  

 Teaching to the test

Teaching to the test ontstaat als de scholen zich bewust of onbewust richten op de specifieke inhoud van de toets. Extra aandacht voor bepaalde kennis en vaardigheden (bijvoorbeeld door het vaak herhalen van dezelfde lesstof of het beperken van de lesstof tot hetgeen in de toetsen is opgenomen is op zich geen bezwaar) mits dit niet leidt tot een beperking van het onderwijsaanbod. Scholen hebben een eigen verantwoordelijkheid om teaching to the test tegen te gaan. 


De diagnostische tussentijdse toets, tussenstand in ontwikkeling, CITO, zomer 2012

Samenvatting van CITO van deze voorstudie (tekst van CITO, layout aangepast)

In het kader van het opbrengstgericht werken op school heeft het ministerie van OCW het initiatief genomen tot de ontwikkeling van een diagnostische tussentijdse toets (DTT) voor de doorstroom relevante vakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen van vmbo, havo en vwo (Ministerie van OCW, 2012). Cito heeft daartoe in 2012 in opdracht van OCW en College voor Examens een voorstudie uitgevoerd, waarvan dit document de bevindingen samenvat. 


Met dit initiatief gaf OCW invulling aan het Actieplan Beter Presteren (2011). De kaders voor de DTT worden gevormd door het wetsvoorstel

‘Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets VO’ (Ministerie van OCW, 2012).

Zoals verwoord in het wetsvoorstel is de DTT een diagnostische tussentijdse toets die aan het einde van de onderbouw zal worden afgenomen om leerlingen en docenten te informeren over de prestaties van de leerling, zodat de docent gericht actie kan ondernemen voor verbetering en maatwerk.

Hiermee is de diagnostische tussentijdse toets een ijkpunt in de doorlopende leerlijn van eindtoets primair onderwijs naar eindexamen voortgezet onderwijs. 

Het doel van de DTT is diagnostisch en de toetsing heeft een formatief in plaats van summatief karakter. 

Summatieve toetsen hebben als functie de leerprestaties van een leerling te beoordelen en vervolgens een beslissing te nemen met betrekking tot selectie, classificatie, plaatsing of certificering (Sanders, 2011). 

Toetsen hebben een formatieve functie als de resultaten gebruikt kunnen worden om richting en vorm te geven aan het onderwijsleerproces. Deze toetsen worden ook wel formatieve toetsen genoemd. De diagnose levert een sterkte-zwakte profiel van de leerling voor het betreffende vak. 


Behalve docenten, leerlingen en ouders kunnen ook schoolleiders en beleidsmakers de informatie uit de DTT gebruiken, bijvoorbeeld voor schoolbeleid of landelijk onderwijsbeleid. 

Het is echter nadrukkelijk de bedoeling dat de DTT gebruikt zal worden om opbrengstgericht te werken. 

Scholen beslissen zelf in hoeverre ze resultaten openbaar maken.

De DTT is een adaptieve toets die betrekking heeft op de doorstroom relevante vakken Nederlands, Engels en wiskunde/rekenen. De toets kent vijf verschillende niveaus, namelijk vmbo-bb, vmbo-kb en vmbo-gl/tl, havo en vwo en zal worden afgenomen in het tweede leerjaar van vmbo respectievelijk het derde leerjaar van havo/vwo. 


De DTT wordt digitaal afgenomen via het nieuwe ICT-platform FACET (CvE, 2012). 

De ontwikkeling van de DTT is gebaseerd op het raamwerk voor Evidence Centered Design (Mislevy, Steinberg, Breyer, Almond, & Johnson, 2002). Dit heeft geleid tot het onderscheiden van


1) een leerlingmodel dat de aard van de te toetsen vaardigheid beschrijft in termen van attributen en

deelattributen,

2)  een taakmodel dat de sleutelkenmerken van taken bevat en

3) een rapportagemodel dat aangeeft hoe de toetsuitkomsten zo beschreven en gevisualiseerd

kunnen worden dat de docent de diagnoses adequaat kan gebruiken.


Voor het onderdeel schrijfvaardigheid van Nederlands en Engels en voor het vak wiskunde is in deze voorstudie een start gemaakt met de ontwikkeling van het leerlingmodel, het taakmodel en het rapportagemodel.

De ontwikkeling van de DTT Nederlands heeft zich geconcentreerd op het domein schrijfvaardigheid. Als basis voor de attributen is het model van Deane (2011) genomen. Deze attributen zijn nader gespecificeerd in deelattributen die voortkomen uit de concept-tussendoelen onderbouw (SLO,2012) met betrekking tot schrijfvaardigheid. Voor de opzet van deze DTT wordt gedacht aan een getrapt model, waarin de leerling eerst een schrijfopdracht maakt waarmee het beginniveau wordt bepaald en vervolgens een adaptieve deeltoets doorwerkt.


Net als bij Nederlands heeft het werk aan de DTT Engels zich op het domein schrijfvaardigheid gericht. Bij de opzet van het leerlingmodel is eveneens gekozen voor het model van Deane voor de bepaling van de attributen. De deelattributen zijn afgeleid uit de concept-tussendoelen onderbouw. Ook voor schrijfvaardigheid Engels gaan de gedachten uit naar een getrapt model, bestaande uit een open schrijfopdracht gevolgd door adaptieve deeltoetsen, waarvan het beginniveau mogelijk mede bepaald wordt door de resultaten op de schrijfopdracht.


Voor de DTT wiskunde zijn de attributen van het leerlingmodel net als bij Nederlands en Engels gebaseerd op de vakinhoudelijke domeinen zoals geformuleerd in de concept-tussendoelen onderbouw (SLO, 2012). Daarnaast is als invalshoek voor het leerlingmodel gekozen voor de wiskundig-didactische aspecten structuur, ambiguïteit en samenhang, die de inhoudelijke domeinen overstijgen en moeilijkheden van leerlingen kunnen verklaren.


Voor de verdere ontwikkeling en implementatie van de DTT zal nog veel werk verzet moeten worden. Aandachtspunten voor Cito hierbij zijn opgave- en itemontwikkeling, psychometrische zaken als kalibratie en validatie, toetsassemblage en het vormgeven van adaptiviteit. Dit vraagt om een gefaseerd groeimodel dat een doorlooptijd van enkele jaren kent. Na deze voorstudie volgen onder andere een try-out fase, een fase van grootschalig itemontwikkeling, een pretest, een eerste afname en de uiteindelijke operationele fase. Het lijkt efficiënt om deze fasen niet voor alle vakken en domeinen gelijktijdig te doorlopen, maar via een gefaseerde aanpak. Op deze manier wordt extreme belasting voor scholen, toetsconstructeurs, Toetswijzercommissies en Vaststellingscommissies voorkomen. 


In de volgende fasen wordt een voorstudie verricht naar de overige vaardigheden (rekenen, en voor Nederlands en Engels lees-, spreek- en luistervaardigheid). Mede op basis van de voorstudies stelt de toetswijzercommissie een toetswijzer op die functioneert als basis voor de toetsconstructie. 

Via onder andere de nieuwsbrief VO van OCW wordt nadere informatie over het wetsvoorstel en de implementatie van de DTT, verspreid.


Hieronder voorbeelden van een  rapportagemodel schrijven voor Engels.




Figuur: Voorbeeldrapportage op leerlingniveau van toetsuitkomsten schrijfvaardigheid Engels voor vmbo



Figuur: Voorbeeldrapportage op groepsniveau van toetsuitkomsten Schrijfvaardigheid Engels voor havo/vwo







2013                                                                                                                                                    jonomul@me.com